**1..** Er is sprake van leegstand in een lesgebouw:
wanneer het betreft een gebouw van een school voor basisonderwijs, indien uit de vergelijking van het aantal groepen zoals berekend op basis van bijlage III, deel B en de capaciteit van het gebouw zoals vastgesteld op basis van bijlage III, deel A blijktdat er ten minste één leslokaal niet nodig is voor de daar gevestigde school of scholen;
het lesrooster of de lesroosters voor het lopende of het eerstvolgende schooljaar. wanneer het betreft een gebouw van een school voor voortgezet onderwijs, indien uit de berekening op basis van bijlage III, deel A blijkt dat er een onderbenutting van de voor het medegebruik benodigde lokalen is en die onderbenutting tevens blijkt uit
**2..** Er is sprake van leegstand in een gymnastiekruimte:
wanneer het betreft een gebouw dat gebruikt wordt voor basisonderwijs, indien de som van het aantal klokuren gebruik dat wordt vergoed op grond van artikel 38 minder is dan 40 klokuren.
wanneer het betreft een gebouw dat gebruikt wordt voor voortgezet onderwijs, indien uit de berekening op basis van bijlage III, deel A blijkt dat de benutting van het gebouw lager is dan 40 klokuren.
De exacte omvang van de onderbenutting wordt vastgesteld aan de hand van het lesrooster of de lesroosters voor het lopende of het eerstvolgende schooljaar.
een aantal klokuren lager dan 40 oplevert. wanneer het een gebouw betreft dat gebruikt wordt voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs, indien de som van de berekeningswijzen genoemd onder a en b
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1
Artikel 30
Omschrijving leegstand
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs