In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
1990 moeten de aanslagen, zoals genoemd in artikel 7, eerste
lid, die worden opgelegd in het belastingjaar waarop zij
betrekking hebben, worden betaald in twee gelijke termijnen
waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend
op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
vermeld en de tweede twee maanden later.
In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen
worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in
negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na
de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
termijnen telkens een maand later.
Andere aanslagen dan die genoemd in het eerste lid, moeten
worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
aanslagbiljet.
De belastingen moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als
bedoeld in artikel 7, tweede lid:
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van
de kennisgeving;
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het
uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van
toezending daarvan, binnen veertien dagen na de
dagtekening van de kennisgeving.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
HOOFDSTUK II
Artikel 10.
Termijnen van betaling.
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2010