1. Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de dagvoorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden.
2. De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt door de secretaris in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.
3. De secretaris stelt bij de toezending aan het verwerend bestuursorgaan en de belanghebbenden een termijn waarbinnen zij hun schriftelijke reactie op de informatie kunnen indienen. Daarbij verwijst de secretaris naar de mogelijkheid van een nieuwe hoorzitting zoals bedoeld in het vierde lid.
4. De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de dagvoorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De dagvoorzitter beslist omtrent een dergelijk verzoek.
5. Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.