De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden, naast de in artikel 7: 13 lid 4 van de wet genoemde bevoegdheden, voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de commissie:
a. artikel 2:1 lid 2: het al dan niet verlangen van een schriftelijke machtiging;
b. artikel 6:6: het aan de indiener stellen van een termijn voor het herstellen van
een verzuim;
c. artikel 7:4 lid 2 en lid 5: het ter inzage leggen van de stukken;
d. artikel 7:6 lid 2 en lid 4: het al dan niet horen in elkaars aanwezigheid en het al dan niet op de hoogte stellen van het verhandelde ter zitting;
e. artikel 7: 3: het afzien van de hoorplicht.