De bijstandsnorm wordt verlaagd wanneer aan de woning voor betrokkene geen woonkosten zijn verbonden. De verlaging bedraagt:
a. 10% wanneer toepassing is gegeven aan artikel 5 lid 1 aanhef, sub b van deze verordening;
b. 18% wanneer toepassing is gegeven aan artikel 2 lid 2 en 2 lid 6 sub a van deze verordening;
c. 18% wanneer er geen verlaging van de gezinsbijstand plaatsvindt danwel een verlaging met toepassing van artikel 4 lid 2 aanhef, sub a van deze verordening;
d. 9% wanneer toepassing is gegeven aan artikel 2 lid 6 aanhef, sub b en artikel 4 lid 2 aanhef sub b van deze verordening.