Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Begripsomschrijving

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2012

1.. Deze verordening verstaat onder: a.. de wet: de Wet werk en bijstand; b.. het college: het college van burgemeester en wethouders van Delft; c.. belanghebbende: de persoon van 21 tot en met 64 jaar die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door het besluit; d.. woning: de woning die is bedoeld in artikel 1, onderdeel j van de Wet op de huurtoeslag, of een woonwagen of woonschip; e.. woonkosten: woont de belanghebbende in een huurwoning dan bestaan de woonkosten uit de maandelijkse huurprijs die bedoeld is in artikel 1, onderdeel d van de Wet op de huurtoeslag; woont de belanghebbende in een koopwoning, dan bestaan de woonkosten uit de verschuldigde hypotheekrente, premies voor de financiering van de woning en/of de zakelijke lasten die behoren bij de woning die in eigendom is, zoals de rioolrechten, heffingen voor het verzamelen van afval, onroerende zaakbelasting, opstalverzekering en het eigenaarsdeel van de waterschapslasten; f.. zorgbehoefte: er is sprake van zorgbehoefte als zonder hulp van inwonende alleenstaanden of gezinnen een opname in een inrichting ter verpleging of verzorging noodzakelijk zou zijn; g.. hoofdverblijf: een woning of wooneenheid waar de belanghebbende zijn woonstede heeft, of bij gebreke aan een woonstede zijn werkelijke verblijfplaats, zoals bedoeld in boek 1, titel 3 van het Burgerlijk Wetboek; h.. hoofdbewoner: de eigenaar van een woning die tevens zijn hoofdverblijf heeft in die woning, dan wel degene die als enige een huurovereenkomst heeft met de niet in de woning wonende eigenaar van die woning; i.. norm voor gehuwden: de hoogte van de uitkering zoals bedoeld in artikel 21 onder c van de wet. j.. de overige begrippen die in deze verordening staan hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand. 2.. Onder ongehuwd wordt ook verstaan degene die 18 jaar of ouder is en die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij getrouwd is. 3.. Er is sprake van een gezamenlijke huishouding als twee personen woonachtig zijn in dezelfde woning en zorg dragen voor elkaar (zoals bedoeld in artikel 3, derde lid van de wet), en zoals omschreven in artikel 3, vierde lid van de wet, de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: a.. zij met elkaar getrouwd zijn geweest of dat zij de twee jaar die voorafgingen aan de aanvraag van bijstand, voor het verlenen daarvan als getrouwd zijn aangemerkt; of b.. zij samen een kind hebben gekregen of een kind van de één door de ander is erkend; of c.. zij elkaar verplicht hebben een bijdrage te leveren in de huishouding op basis van een samenlevingscontract dat nog geldig is, of d.. zij op grond van een registratie als genoemd in het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding in artikel 3, derde lid van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel