**1..** Deze verordening verstaat onder:
**a..** de wet: de Wet werk en bijstand;
**b..** het college: het college van burgemeester en wethouders van
Delft;
**c..** belanghebbende: de persoon van 21 tot en met 64 jaar die
rechtstreeks in zijn belang is getroffen door het besluit;
**d..** woning: de woning die is bedoeld in artikel 1, onderdeel j van de
Wet op de huurtoeslag, of een woonwagen of woonschip;
**e..** woonkosten:
woont de belanghebbende in een huurwoning dan bestaan de
woonkosten uit de maandelijkse huurprijs die bedoeld is in
artikel 1, onderdeel d van de Wet op de huurtoeslag;
woont de belanghebbende in een koopwoning, dan bestaan de
woonkosten uit de verschuldigde hypotheekrente, premies voor
de financiering van de woning en/of de zakelijke lasten die
behoren bij de woning die in eigendom is, zoals de
rioolrechten, heffingen voor het verzamelen van afval,
onroerende zaakbelasting, opstalverzekering en het
eigenaarsdeel van de waterschapslasten;
**f..** zorgbehoefte: er is sprake van zorgbehoefte als zonder hulp van
inwonende alleenstaanden of gezinnen een opname in een inrichting
ter verpleging of verzorging noodzakelijk zou zijn;
**g..** hoofdverblijf: een woning of wooneenheid waar de belanghebbende zijn
woonstede heeft, of bij gebreke aan een woonstede zijn werkelijke
verblijfplaats, zoals bedoeld in boek 1, titel 3 van het Burgerlijk
Wetboek;
**h..** hoofdbewoner: de eigenaar van een woning die tevens zijn
hoofdverblijf heeft in die woning, dan wel degene die als enige een
huurovereenkomst heeft met de niet in de woning wonende eigenaar van
die woning;
**i..** norm voor gehuwden: de hoogte van de uitkering zoals bedoeld in
artikel 21 onder c van de wet.
**j..** de overige begrippen die in deze verordening staan hebben dezelfde
betekenis als in de Wet werk en bijstand.
**2..** Onder ongehuwd wordt ook verstaan degene die 18 jaar of ouder is en
die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij getrouwd
is.
**3..** Er is sprake van een gezamenlijke huishouding als twee personen
woonachtig zijn in dezelfde woning en zorg dragen voor elkaar (zoals
bedoeld in artikel 3, derde lid van de wet), en zoals omschreven in
artikel 3, vierde lid van de wet, de belanghebbenden hun
hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
**a..** zij met elkaar getrouwd zijn geweest of dat zij de twee jaar die
voorafgingen aan de aanvraag van bijstand, voor het verlenen daarvan
als getrouwd zijn aangemerkt; of
**b..** zij samen een kind hebben gekregen of een kind van de één door de
ander is erkend; of
**c..** zij elkaar verplicht hebben een bijdrage te leveren in de
huishouding op basis van een samenlevingscontract dat nog geldig is,
of
**d..** zij op grond van een registratie als genoemd in het Besluit
aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding worden aangemerkt
als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking
overeenkomt met de gezamenlijke huishouding in artikel 3, derde lid
van de wet.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Begripsomschrijving
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2012