**1..** De toeslag die bedoeld is in artikel 4 is voor een alleenstaande van
23 jaar of ouder, en voor de alleenstaande ouder van 21 jaar of
ouder (met zijn ten laste komende kinderen), bij wie niemand anders
woont 20 procent van de norm voor gehuwden (maximale toeslag).
**2..** Deze maximale toeslag wordt ook verstrekt als de alleenstaande of de
alleenstaande ouder één of meer thuiswonende kinderen van 18 jaar en
ouder heeft, en elk kind afzonderlijk een inkomen heeft dat niet
hoger is dan het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud in
hoger onderwijs zoals genoemd in artikel 3:18 van de Wet
studiefinanciering.
**3..** De toeslag voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met één
of meer thuiswonende kinderen van 18 jaar of ouder die een inkomen
hebben dat hoger is dat het in het tweede lid genoemde normbedrag
bedraagt 15 procent van de norm voor gehuwden. Bij de toepassing van
deze bepaling geldt dat deze verlaging van de toeslag slechts
eenmalig plaatsvindt.
Hoofdstuk 5
Artikel 6
Toeslag alleenstaande van 23 jaar of ouder en alleenstaande ouders
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2012