Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 13

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand WWB ISD Bollenstreek 2012

1. Een maatregel wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet,  wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand. 2. Als tekort schietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, bedoeld in het eerste lid, wordt mede gerekend het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid en het onvoldoende trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de periode voorafgaande aan de bijstandsverlening. 3. De maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op: a. 100 procent van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij een periode van korter dan 6 maanden; b. 100 procent van de bijstandsnorm gedurende  2 maanden bij een periode van langer dan 6 maanden; 4. De maatregel, bedoeld in het tweede lid, wordt overeenkomstig het gestelde in het derde lid vastgesteld voor zover de gedraging betrekking heeft op het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid en op 60% gedurende een maand indien sprake is van onvoldoende trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen. 5. De afstemming op grond van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in dit artikel laat onverlet de mogelijkheid de bijstand tevens te verstrekken in de vorm van een geldlening, zoals bedoeld in artikel 48, tweede lid. van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel