Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Aanspraken bij ziekte

Onderdeel van Rechtspositieregeling voor de buitengewoon ambtenaar van de burgelijke stand

Bij ziekte van de buitengewoon ambtenaar jonger dan 65 jaar zijn de artikelen 7:1 tot en met 7:3 (definities, begeleiding en recht op bezoldiging bij ziekte), 7:5 tot en met 7:7 (uitkering wegens, overlijdensuitkering bij en vergoeding kosten geneeskundige verzorging bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst), 7:9 tot en met 7:14 (verplichtingen en sancties), 7:15:1, lid 2 (nabetaling aan ambtenaar) en 7:19 tot en met 7:21 (samenloop doorbetaling bezoldiging en uitkering) van de CAR/UWO van overeenkomstige toepassing. Voor toepassing van dit artikel wordt onder bezoldiging verstaan: het gemiddelde van het totaal aan vergoedingen bedoeld in artikel 3, over de 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van ongeschiktheid van de buitengewoon ambtenaar. Voor zover de ambtenaar op deze datum zijn betrekking nog geen 12 maanden heeft vervuld, wordt gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld per maand is toegekend over de periode waarin hij in dienst is. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de eerste dag van ongeschiktheid van de buitengewoon ambtenaar verstaan: de dag waarop de ambtenaar is aangewezen om een huwelijk of geregistreerd partnerschap te voltrekken, waarvoor hij wegens ziekte is verhinderd. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel