1. Onverminderd artikel 4, eerste lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
a. 15 procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de eerste categorie;
b. 30 procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de tweede categorie;
c. 60 procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de derde categorie.
2. In afwijking van het eerste lid, onder c, legt het dagelijks bestuur, indien belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de IOAW en de belemmerende gedragingen, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder a, dusdanige vormen aannemen dat gesproken moet worden van het door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, blijvend een maatregel op ter hoogte van
het door eigen toedoen niet verkregen netto inkomen uit deze arbeid.
Hoofdstuk 2
Artikel 12
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW, IOAZ ISD Bollenstreek 2012