Het dagelijks bestuur ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
b. de gedraging meer dan 12 maanden vóór constatering van die gedraging door het dagelijks bestuur heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte een uitkering is verleend. Een maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van 60 maanden nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
Hoofdstuk 1
Artikel 8
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW, IOAZ ISD Bollenstreek 2012