De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:
die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden;
die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden;
die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden;
door ambtenaren van politie gehouden ter verrichting van opsporingsdiensten;
welke de houder strekken ter vervanging van honden waarvoor over het belastingjaar door hem reeds is verschuldigd of betaald, indien door die vervanging het aantal door hem in de gemeente gehouden honden over dat jaar niet wordt vermeerderd;
die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Honden- en kattenbesluit 199, welk asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit.
Hoofdstuk
Artikel 3
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2013