Op grond van artikel 12 van deze verordening kan een verlaging worden opgelegd voor een schending van de inlichtingenplicht die heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering. De ernst van de gedraging komt tot uitdrukking in de hoogte van het benadelingsbedrag. Dat is het door de gemeente te veel betaalde bedrag aan uitkering (zie ook artikel 1, tweede lid onder f van deze verordening).
Als de gedraging ook een strafbaar feit oplevert, dient het college hiervan proces verbaal op te maken en aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie (OM) indien het bedrag waarvoor is gefraudeerd boven de aangiftegrens komt. In de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude wordt voor zwarte fraude als aangiftegrens een benadelingsbedrag van € 10.000,00 gehanteerd, voor witte fraude is dit bedrag
€ 35.000,00.
Bij fraudebedragen lager dan de aangiftegrens zal het OM in de regel geen strafvervolging inzetten. In een aantal gevallen kan echter bij wijze van uitzondering ook strafvervolging plaatsvinden bij fraudebedragen lager dan
€ 10.000,00. Op grond van de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude geldt de grens van € 10.000,00 voor strafrechtelijke afdoening niet voor zaken tegen verdachten die geen uitkering (meer) genieten. Het college kan dus ook bij een benadelingsbedrag beneden de aangiftegrens aangifte doen bij het OM, indien er geen verlaging kan worden toegepast.
Lid 2
Zolang de gedraging in onderzoek is bij het OM en wanneer het OM tot strafvervolging overgaat, legt het college geen verlaging op
Wanneer het OM besluit niet tot strafvervolging over te gaan, legt het college een verlaging op conform artikel 12 lid 2 van deze verordening.