Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

Werken met behoud van uitkering

Onderdeel van Re-integratieverordening 2012

Lid 1 en 2 In de toelichting bij artikel 10 van de wet wordt gesteld dat werken met behoud van uitkering tot de mogelijkheid behoort. De positieve bijdrage aan de mogelijkheden voor arbeidsinschakeling staat hierbij centraal. Overigens kan deze voorziening nooit louter dienen als een budgetvriendelijke oplossing voor het doen verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten waarvoor geen of onvoldoende publieke financiering voor handen is. Hieruit volgt dat de verplichting om mee te werken aan werken met behoud van uitkering alleen mag worden opgelegd indien de te verrichten werkzaamheden een bijdrage leveren aan de mogelijkheden tot uitstroom naar regulier werk. Lid 3 Lid 3 geeft de maximale duur van het werken met behoud van uitkering aan. Lid 4 In lid 4 is geregeld dat bij plaatsing geen verdringing plaats mag vinden en de concurrentieverhoudingen niet nadelig mogen worden beïnvloed. Het college kan dit doen door expliciet na te gaan dat het werk dat verricht gaat worden niet productief is, of dat er geen recent ontslag heeft plaatsgevonden. Lid 5 In het vijfde lid is bepaald dat voor het werken met behoud van uitkering een plan wordt opgesteld. Hierin wordt expliciet het doel van de werkzaamheden opgenomen, alsmede de wijze van begeleiding. Door dit plan kan nog eens gewaarborgd worden dat het bij werken met behoud van uitkering niet gaat om een reguliere arbeidsverhouding. Lid 6 Op grond van lid 6 dient er een overeenkomst gesloten te worden tussen de werkgever en de persoon als bedoeld in lid 1. In deze overeenkomst wordt minimaal vastgelegd dat de werkgever ten behoeve van deze persoon de noodzakelijke verzekeringen afsluit. Tot de noodzakelijke verzekeringen behoren in ieder geval een aansprakelijkheidsverzekering en een ongevallenverzekering.

Rechtspraak bij dit artikel