Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
toegankelijk ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te bezigen
voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is
bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen: portalen,
telefooncellen, wachtlokalen voor een openbaar vervoermiddel,
parkeergarages en rijwielstallingen.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 11.
Artikel 2.50
Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening