1.Het is verboden een seksinrichting of
escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van
het bevoegd bestuursorgaan.
Het aantal seksinrichtingen en/of escortbedrijven gevestigd
in de gemeente Westerveld mag niet hoger zijn dan één.
De vergunning wordt verleend voor een periode van vier jaar;
na 44 maanden zal opnieuw vergunning voor een volgende
periode moeten worden aangevraagd.
In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens van de
exploitant; b. de persoonsgegevens van de beheerder; c. de
aard van de seksinrichting of het escortbedrijf; d. een
bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot
het gebruik van de ruimte bestemd voor de
seksinrichting.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 3.5 Gedragseisen exploitant en beheerder
De exploitant en de beheerder:
staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
ouderlijke macht of de voogdij;
is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
en
heeft de leeftijd van eenentwintig jaar
bereikt.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de
exploitant en de beheerder niet:
met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van
Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst
of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek
van Strafrecht ter beschikking gesteld;
binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk
veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf
van zes maanden of meer door de rechter in
Nederland, inclusief de drie openbare lichamen
Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en
Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens
een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
toegelaten;
binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld
tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of
meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in
artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
Strafrecht, wegens, dan wel mede wegens overtreding
van:
bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
Wet arbeid vreemdelingen;
de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242
tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en
met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van
het Wetboek van Strafrecht;
de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6
juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de
Wegenverkeerswet 1994;
de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b
van de Wet op de kansspelen;
de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
weerkorpsen;
de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
munitie.
Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid
wordt gelijk gesteld:
vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de
geldsom minder dan 375 euro bedraagt;
een bevel tot tenuitvoerlegging van een
voorwaardelijke straf.
De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
wordt:
bij de weigering van een vergunning teruggerekend
vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de
vergunning;
bij de intrekking van een vergunning teruggerekend
vanaf de datum van de intrekking van deze
vergunning.
De exploitant of de beheerder is binnen de laatste
vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van
een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten
minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is
gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij
aannemelijk is dat hem terzake geen verwijt
treft.
Artikel 3.6 Sluitingstijden
Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers
geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten
of te laten verblijven tussen 03.00 en 07.00
uur;
Het is bezoekers van een seksinrichting verboden
zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die
seksinrichting krachtens het eerste lid, dan wel
krachtens artikel 3.7, eerste lid, gesloten dient te
zijn.
Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet
voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt
voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde
voorschriften.
Artikel 3.7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden;
(tijdelijke) sluiting
Met het oog op de openbare orde en de belangen
genoemd in artikel 3.13. tweede lid, of in geval van
strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan
het bevoegd bestuursorgaan:
tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.6,
eerste of tweede lid, geldende sluitingsuren
vaststellen;
van een seksinrichting al dan niet tijdelijk de
gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de
Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegd
bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde
besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42
Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 3.8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
beheerder
Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers
geopend te hebben, zonder dat de exploitant of
beheerder bedoeld in artikel 3.4, vierde lid onder
a. en b. in de seksinrichting aanwezig is.
De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op
toe dat in de seksinrichting:
geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in
ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV
(misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen
de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII
(diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van
het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de
Wet wapens en munitie; en
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.
Artikel 3.9 Straatprostitutie
Het is verboden, door handelingen, houding, woord,
gebaar of op andere wijze, passanten te bewegen
gebruik te maken van de diensten van een prostituee
te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te
lokken:
op of aan andere dan door het college aangewezen
wegen of gebieden;
gedurende andere dan door het college vastgestelde
tijden.
Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
gestelde verbod, kan door politieambtenaren het
bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een
bepaalde richting te verwijderen.
Met het oog op de openbare orde en de belangen
genoemd in artikel 3.13. tweede lid, kan door
politieambtenaren aan personen die zich bevinden op
de wegen en tijden bedoeld in het eerste lid, het
bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een
bepaalde richting te verwijderen.
De burgemeester kan met het oog op de in artikel
3.13, tweede lid, genoemde belangen personen aan wie
ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld
in het derde lid bij besluit verbieden zich
gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan
de wegen en op de tijden bedoeld in het eerste
lid.
De burgemeester beperkt het in het vierde lid
genoemde verbod indien dat in verband met de
persoonlijke omstandigheden van betrokkene
noodzakelijk is.
Artikel 3.10 Sekswinkels
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college in
het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
aangewezen gebieden of delen van de gemeente.
Artikel 3.11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen e.d.
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak
verboden daarin of daarop goederen, opschriften,
aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard
openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan
te brengen:
indien het bevoegd bestuursorgaan aan de
rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de
openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar
brengt;
anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of
de woon- en leefomgeving gestelde regels.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of
aanbrengen van goederen, opschriften,
aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7,
eerste lid, van de Grondwet.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 2.
Artikel 3.4
Seksinrichtingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening