Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Afdeling 1.

Artikel 4.6

Overige geluidhinder

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2.. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3.. Het verbod geldt niet indien de burgemeester tenminste tien werkdagen voorafgaand aan de overschrijding van het verbod in kennis wordt gesteld en: a.. de overtreding van het verbod niet tot later dan tot 24.00 uur plaats vindt en; b.. het geluidsniveau met betrekking tot het gebruik van toestellen en geluidsapparaten zodanig is dat de overlast voor de omwonenden tot een minimum beperkt wordt en; c.. aanwijzingen welke eventueel door de Politie Drenthe of medewerkers van de gemeente Westerveld worden gegeven, stipt en onmiddellijk worden opgevolgd; 4.. Het verbod geldt niet voor zover gebruik wordt gemaakt van een geluidswagen en: a.. deze wordt gebruikt voor de aankondiging van een evenement binnen de gemeente; b.. de aankondigingen tussen 13.00 en 19.00 uur plaatsvinden; c.. de geluidswagen niet vaker dan één maal per straat rijdt. 5.. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale omgevingsverordening Drenthe. 6.. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel