Naar hoofdinhoud
1.. Het college vraagt het platform advies op de beleidsterreinen als bedoeld in artikel 4. 2.. Het college draagt zorg dat van de zijde van de gemeente aan het platform informatie wordt verstrekt die betrekking heeft op voornemens, beleid of activiteiten op de terreinen genoemd in artikel 4 ten behoeve van het naar behoren kunnen functioneren van het platform. 3.. Bij advies van het college aan de gemeenteraad wordt het advies van het platform vermeld en/of ter inzage gelegd of meegestuurd. 4.. Het college kan gemotiveerd afwijken van het advies van het platform. 5.. Het college wijst een vaste contactambtenaar aan als aanspreekpunt voor de communicatie met het platform. 6.. Tussen de (coördinerend) wethouder gehandicaptenbeleid en het platform vindt minimaal twee maal per jaar structureel overleg plaats over de door beide partijen aangedragen onderwerpen. Dit overleg vindt plaats onder voorzitterschap van het platform. 7.. Daarnaast vindt minimaal vijf maal per jaar overleg plaats tussen de contactambtenaar en vertegenwoordigers van het platform. 8.. Van de overleggen en de afspraken met het platform doet de gemeente binnen drie weken schriftelijke rapportage aan het platform. 9.. Het functioneren van de samenwerking tussen de gemeente en het platform wordt jaarlijks geëvalueerd, mede aan de hand van het jaarverslag dat door het platform is opgesteld. 10.. Het college maakt jaarlijksafspraken met het platform over: de onderwerpen waarover het platform geconsulteerd wordt; de wijze en het moment waarop het platform in het beleidsvormingsproces wordt betrokken; het budget op basis van werkplan en begroting opgesteld door het platform; het jaarlijks op te stellen werkplan gehandicaptenbeleid door de gemeente in overleg met het platform.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel