Burgemeester en wethouders kunnen, indien artikel 15 niet van toepassing is, op collectieve basis een financiële tegemoetkoming verlenen aan de woningeigenaar voor het treffen van de volgende voorzieningen in bestaande wooncomplexen indien deze de toegankelijkheid en bereikbaarheid van het wooncomplex, de galerijen en de woningen ten behoeve van aldaar wonende gehandicapten ten goede komen:
het aanbrengen van elektrische deuropeners;
aanleg hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het gebouw mits de woningen in het woongebouw te bereiken zijn met een rolstoel;
het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders;
het aanbrengen van een extra trapleuning;
- het aanleggen van een opstelplaats voor meerdere scootmobielen met een adequate stroomvoorziening.
2.De hoogte van de financiële tegemoetkoming bedraagt maximaal 25% van de werkelijke kosten.
3.De aanvraag voor collectieve voorzieningen dient te worden ingediend door de woningeigenaar.
Artikel 17 Terugbetaling bij verkoop
De eigenaar-bewoner, die op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning een financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget heeft ontvangen voor het treffen van een woonvoorziening ten bedrage van € 25.000,00 of hoger en die binnen een periode van tien jaar na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden de woning verkoopt, is gehouden om binnen een week na het passeren van de akte van verkoop burgemeester en wethouders hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. De meerwaarde die door het treffen van de voorziening is ontstaan, dient geheel dan wel gedeeltelijk aan de gemeente te worden gerestitueerd.
De restitutie als bedoeld in artikel 12, lid 1 sub a bedraagt: in het eerste jaar 100% van de meerwaarde van de woning na subsidie
in het tweede jaar 90% van de meerwaarde van de woning na subsidie
in het derde jaar 80% van de meerwaarde van de woning na subsidie
in het vierde jaar 70% van de meerwaarde van de woning na subsidie
in het vijfde jaar 60% van de meerwaarde van de woning na subsidie
in het zesde jaar 50% van de meerwaarde van de woning na subsidie
in het zevende jaar 40% van de meerwaarde van de woning na subsidie
in het achtste jaar 30% van de meerwaarde van de woning na subsidie
in het negende jaar 20% van de meerwaarde van de woning na subsidie
in het tiende jaar 10% van de meerwaarde van de woning na subsidie
3.De vaststelling van de eventuele meerwaarde geschiedt door een beëdigd taxateur, aan te
wijzen door de woningeigenaar.
Het te restitueren bedrag bedraagt nooit meer dan het bedrag dat ten laste van de gemeente is gekomen in verband met de getroffen voorzieningen.
Op het te restitueren bedrag worden de kosten van de taxatie in mindering gebracht.
Hoofdstuk › PARAGRAAF 4
Artikel 16
Complexgewijze aanpassing van bestaande woongebouwen op collectieve basis
Onderdeel van Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009.2