Verstrekking van een toegekende individuele voorziening, zoals bedoeld in artikel 3 van de Verordening, in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager.
Het persoonsgebonden budget is inclusief onderhoud en reparatie zoals dat door het college aan de leverancier wordt betaald bij de verstrekking van een voorziening in natura.
Verstrekking van het persoonsgebonden budget, zoals bedoeld in artikel 3 van de Verordening, vindt niet plaats indien: a. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; b. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat dat de aanvrager niet kan voldoen aan lopende financiële verplichtingen. c. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat dat de verstrekking van het persoonsgebonden budget niet bijdraagt aan het leveren van een adequate voorziening. d. een persoongebonden budget wordt in niet verstrekt indien de budgethouder deelneemt aan een schuldhulpverleningstraject, behalve wanneer er gegronde redenen zijn waardoor Zorg in Natura geen adequate oplossing biedt voor de persoon met een beperking; e. het is de budgethouder niet toegestaan het beheer van het persoongebonden budget en de bemiddeling van de zorg uit te besteden aan één organisatie.
De verstrekking van een persoonsgebonden budget in het kader van hulp bij het huishouden wordt na toekenning op basis van bevoorschotting als volgt uitgekeerd: a. persoonsgebonden budget tot € 2.500 op jaarbasis in één keer; b. persoonsgebonden budget tussen € 2.500 en € 5.000 op jaarbasis: per half jaar; c. persoonsgebonden budget tussen € 5.000 en € 25.000 op jaarbasis: per kwartaal; d. persoonsgebonden budget boven € 25.000 op jaarbasis: maandelijks.
Een ieder die een persoonsgebonden budget in het kader van hulp bij het huishouden toegekend heeft gekregen, legt hier verantwoording over af binnen zes weken na afloop van de verstrekking dan wel conform het onderstaande verantwoordingsritme: a. persoonsgebonden budget tot € 2.500 op jaarbasis: in één keer; b. persoonsgebonden budget tussen € 2.500 en € 5.000 op jaarbasis: per half jaar; c. persoonsgebonden budget boven € 5.000 op jaarbasis: per kwartaal.
De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college, voor woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen, vindt plaats na realisatie of
aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget is verstrekt.
7.Na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget verstrekt is,
dan wel na afloop van de periode waarop het persoonsgebonden budget van toepassing
is, wordt aan het college door de budgethouder, voor zover van toepassing, verstrekt:
de nota/factuur van de aangeschafte voorziening;
een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening; c. een overzicht van de salarisadministratie.
De controle van de verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college, zoals bedoeld in artikel 6 onder lid 6 van de Verordening, vindt steekproefsgewijs plaats waarbij de steekproef minimaal een omvang heeft van 10% van de verstrekte persoonsgebonden budgetten, na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar.
Het persoonsgebonden budget ten behoeve van hulp bij het huishouden kent een vrij besteedbaar bedrag, waarover geen verantwoording verschuldigd is. Dit bedraagt 1,5% van het totaal toegekende bedrag, met een minimum van € 250,00 en een maximum van € 1.250,00 op jaarbasis.
Een toegekende verstrekking van het persoonsgebonden budget kan achteraf worden teruggevorderd of ingetrokken bij gebleken misbruik of onverantwoord gebruik van het toegekende persoonsgebonden budget.
Bij de verstrekking van de hoogte van een persoonsgebonden budget voor individuele
voorzieningen, zoals bedoeld in artikel 12 van de Verordening, wordt een eigen bijdrage en eigen aandeel in mindering gebracht zoals bedoeld in artikel 4 van dit Besluit, tenzij anders is bepaald.
Een sportrolstoel wordt uitsluitend verstrekt als financiële tegemoetkoming overeenkomstig de regels die opgenomen zijn in artikel 22 van dit Besluit.
Het Persoonsgebonden Budget mag niet besteed worden aan de bemiddeling bij het aanvragen van een indicatie of het beheer van het Persoonsgebonden Budget.
Hoofdstuk › PARAGRAAF 2
Artikel 2
Persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009.2