1.Het forfaitair bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor het vervoer van een
persoon die als gevolg van ziekte of gebrek geen gebruik kan maken van het collectieve
vervoerssysteem bedraagt:
voor gebruikskosten (bruikleen)auto: € 1.062,33;
voor gebruikskosten rolstoeltaxi: € 1.593,74.
Als het inkomen hoger is dan 1,5 maal het norminkomen wordt er geen forfaitair bedrag verstrekt.
De cliënt aan wie een vergoeding zoals bedoeld in artikel 22 onder c van de Verordening Wmo 2009 verstrekt wordt, is geen verantwoording van dit bedrag aan de gemeente verschuldigd.
Indien aan een persoon een combinatie van vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 22 onder b en c van de Verordening toegekend is (b.v. scootermobiel en een Pgb), bedraagt de hoogte van het forfaitair bedrag of het Pgb maximaal 75% van de hoogte zoals genoemd in dit besluit onder artikel 20 lid 1.
Voor zover de behoeften van echtgenoten niet samenvallen, wordt bij een voorziening zoals bedoeld onder artikel 22 onder c van de Verordening, niet meer dan anderhalf maal een enkele vergoeding zoals genoemd in dit besluit onder artikel 20 lid 1 toegekend.
Aan de gehandicapte aan wie een voorziening is verstrekt conform artikel 3 lid 3 Overgangsregeling Verordening Wet Voorzieningen Gehandicapten gemeente Heerlen 2000, zal door burgemeester en wethouders een vergoeding worden verstrekt die gelijk is aan het bedrag genoemd in artikel 20 lid 1 sub a en b van dit Besluit.
De vergoeding wordt verstrekt zolang de gehandicapte beschikt over de auto waarvan het kenteken op de peildatum 01-04-1996 op zijn of haar naam of diens wettelijke partner stond.
Hoofdstuk › PARAGRAAF 5
Artikel 23
Tegemoetkomingen vervoer
Onderdeel van Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009.2