Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › PARAGRAAF 4

Artikel 9

Hoogte financiële tegemoetkoming en persoonsgebonden budget in de kosten van woonvoorzieningen

Onderdeel van Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009.2

De financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in door de gemeente opgestelde kostenberekening dan wel de door het college geaccepteerde offerte dan wel het door het college voor dergelijke voorziening vastgesteld maximum. Bij het opstellen van de kostenberekening en bij de beoordeling van de offerte wordt rekening gehouden met hetgeen bepaald is in Bijlage II en III bij dit besluit. 3.Terstond na de voltooiing van de werkzaamheden doch uiterlijk binnen 12 maanden na het afgeven van de beschikking waarin de financiële tegemoetkoming voor de woonvoorziening wordt verleend, verklaart diegene aan wie de woonvoorziening is toegekend, aan het college dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid. 4.De gereedmelding als bedoeld in het derde lid is tevens een verzoek om vaststelling en uitbetaling van de voorziening. 5.De gereedmelding bedoeld in het derde lid gaat vergezeld van een verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder de woonvoorziening is verleend. 6.Degene aan wie de woonvoorziening wordt verleend dient gedurende een periode van twee jaar alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden. Indien een woonvoorziening zoals bedoeld in artikel 15 onder b, c en d van de Verordening wordt verstrekt en het betreft het uitbreiden van bestaande woningen, dan wel het groter bouwen van een nieuw te bouwen woning dan zonder de voorzieningen nodig zou zijn, kunnen burgemeester en wethouders een bijdrage verlenen voor de extra te verwerven grond die ten hoogste overeenkomt met de bijdrage voor het aantal vierkante meters per vertrek en een gedeelte van de buitenruimte bij de woning, als vermeld in bijlage I. a. Indien de technische levensduur van de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag minder dan 5 jaar is, of de standplaats van de woonwagen binnen 5 jaar voor opheffing in aanmerking komt, bedraagt de hoogte van de aanpassingskosten de werkelijke kosten met een maximum van € 2.500,00. Indien de technische levensduur van de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag meer dan 5 jaar is, dan bedragen de maximale aanpassingskosten € 6.000,00. Voor woonvoorzieningen, waarvan de kosten per aanvraag minder dan € 45,38 bedragen, wordt geen financiële tegemoetkoming verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel