**1..** De marktvergunninghouder van een vaste standplaats kan vijf jaar na verkrijging van een marktvergunning verzoeken om intrekking als bedoeld in artikel 13, eerste lid onder a van de verordening, van deze marktvergunning onder de voordracht van een nieuwe vergunninghouder, mits:
de verschuldigde marktgelden en alle andere vorderingen voortvloeiend uit de markt volledig zijn voldaan;
er geen sprake is van een kenbaar gemaakt voornemen, om de marktvergunning van de standplaatshouder in te trekken.
**2..** De voorgedragen marktvergunninghouder dient gelijktijdig met het onder het eerste lid bedoelde verzoek een aanvraag in om een markvergunning voor dezelfde vaste standplaats.
**3..** Het verzoek in het eerste lid en de aanvraag van het tweede lid dient gemeenschappelijk door de vergunninghouder en de voorgedragen vergunninghouder te worden gedaan door middel van het daartoe door het college vastgestelde formulier.
**4..** Artikel 2:1, tweede en derde lid, zijn overeenkomstig van toepassing.
**5..** De voorgedragen vergunninghouder dient bovendien te voldoen aan de gestelde eisen van artikel 6, vierde lid van de verordening.
**6..** De aanvraag als bedoeld in het tweede lid dient niet in strijd te zijn met het branchebesluit.