Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3.

Hoogte langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Oss 2012-A

In artikel 3 is de hoogte van de langdurigheidstoeslag geregeld. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en gehuwden. Voor 2012 zijn deze normbedragen vastgesteld op respectievelijk € 360,- , € 462,- en € 514,- . Bij gehuwden moet in het oog gehouden worden dat beide partners op de peildatum afzonderlijk moeten voldoen aan de voorwaarden van artikel 36 lid 1 WWB. Voldoet één van hen niet aan deze voorwaarden, dan bestaat geen recht op langdurigheidstoeslag (vergelijk bijvoorbeeld CRvB 13-07-2010, nr. 08/2345 WWB, LJN BN2529). Is één van de partners echter uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag op grond van artikel 11 of 13 van de wet (dus anders dan vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 36 lid 1 WWB), dan bestaat recht op een langdurigheidstoeslag voor het bedrag dat geldt voor een alleenstaande of alleenstaande ouder. Lid 3 is bepaalt dat voor de toepassing van de hoogte van de langdurigheidstoeslag moet worden uitgegaan van de situatie op de peildatum. Lid 4 is een indexeringsbepaling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel