Het bevoegd gezag kan geheel of gedeeltelijk afwijken van wat bepaald is in artikel 1:
als voor ruimtelijke activiteiten, niet zijnde woningen, in de zone ‘binnenstad’ in voldoende mate parkeerruimte beschikbaar is in die zone ‘binnenstad’
als voor ruimtelijke activiteiten, niet zijnde woningen, in de zones ‘schil’ en ‘rest van de gemeente’ in voldoende mate parkeerruimte beschikbaar is binnen een straal van 400 meter rond de ruimtelijke activiteit
als voor ruimtelijke activiteiten, zijnde woningen, in voldoende mate parkeerruimte beschikbaar is in de omliggende, door de gemeente aangeduide buurt
(onder ‘ín voldoende mate’ wordt verstaan: als na realisatie van de ruimtelijke activiteit de parkeergelegenheid op straat wordt bezet voor minder dan 80% en in parkeergebouwen voor minder dan 90%)
voor wat betreft een niet gerealiseerd deel van de parkeereis als dat tekort niet hoger uitvalt dan 5 parkeerplaatsen in de zone ‘binnenstad’ en niet hoger dan 3 parkeerplaatsen in de zones ‘schil’
bij ruimtelijke activiteiten met de volgende maatschappelijke en culturele functies:
kinderopvang
basis-, voortgezet en speciaal onderwijs
musea en kunstenaarsateliers
openbare bibliotheken
muziekcentra en theaters
opvang van kwetsbare groepen
jongerencentra en buurthuizen
speeltuinen en speelplaatsen
zorgsteunpunten en ontmoetingsplekken voor ouderen
als door middel van onderzoek naar praktijkervaringen wordt aangetoond dat met minder parkeerplaatsen kan worden volstaan; in dat geval kan het bevoegd gezag een lagere parkeernorm bepalen dan die in artikel 2a is bepaald, maar niet lager dan de norm die behoort bij ruimtelijke activiteiten binnen een straal van 500 meter rond NS-station Leiden Centraal (voor activiteiten in de zone ‘binnenstad’) of de norm die behoort bij ruimtelijke activiteiten binnen een straal van 400 meter rond NS-station Lammenschans (voor activiteiten in de zone ‘schil’ en de zone ‘rest gemeente’)
Afwijkingsmogelijkheid
Geheel of gedeeltelijk afwijken van de parkeereis kan als de ruimtelijke activiteit, zijnde het realiseren van woningen:
gelegen is binnen een zone als bedoeld in de Parkeerverordening 2017 op een loopafstand van minimaal 500 m tot het dichtstbij gelegen gebied buiten een zone, dan wel op een loopafstand van minimaal 500 m tot de dichtstbij gelegen openbare parkeergelegenheid buiten een zone;
en
tenminste het bezoekersdeel van de parkeereis op eigen terrein gerealiseerd wordt, wanneer het bouwplan gelegen is buiten de binnenstad en stationsomgeving
(zone A); en
toekomstige bewoners niet in aanmerking kunnen komen voor een bewoners- en bezoekersparkeervergunning.
De loopafstand betreft de kortste route te voet over de openbare weg, gemeten vanaf de grens van het reguleringsgebied, dan wel de dichtstbij gelegen openbare parkeergelegenheid in het reguleringsvrije gebied, tot de dichtstbij gelegen gevel van het project
Onder bezoekersdeel van de parkeernorm wordt verstaan hetgeen in de kencijfers parkeren van het CROW (publicatie 317) wordt aangegeven voor het aandeel bezoekers per functie.
In het geval sloop van woningen en nieuwbouw van woningen op dezelfde locatie resulteert in een parkeereis, kan voor (een deel van) het bezoekersdeel van de parkeereis gebruik gemaakt worden van de door de sloop vrijgekomen openbare parkeergelegenheid.
als het voldoen aan artikel 1 op zodanig zwaarwegende bezwaren stuit, dat aan deze bezwaren een doorslaggevende betekenis moet worden gegeven.
Artikel 4