Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 24

Beperkingen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Maasgouw 2012

1. Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover: a.   De noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is, tenzij kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te bereiken resultaat. b.   De te verstrekken voorziening als de goedkoopst- compenserende voorziening aan te merken is. 2. Geen voorziening wordt toegekend: a.   Indien de voorziening algemeen gebruikelijk is; b.   Indien de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente Maasgouw; c.   Voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of het moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of deze voorziening noodzakelijk was en als goedkoopst- compenserend aan te merken valt; d.  voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; e.   Voor zover een voorziening, als die waarop de aanvraag betrekking heeft, reeds eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is. Tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden, die niet aan belanghebbende zijn toe te rekenen, of tenzij belanghebbende geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten;  f.  Indien een voorziening niet noodzakelijk is vanwege redelijkerwijs te vergen medewerking van de belanghebbende, zijn mantelzorger of van anderen in diens omgeving, zoals familieleden of huisgenoten aan het oplossen van het zich voordoende probleem;        g.   Indien de aanvraag voor een voorziening het gevolg is van niet dan wel onvoldoende nemen van de eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren; h.   Voor zover op grond van enige andere wettelijke regeling of privaatrechtelijke verbintenis aanspraak op de voorziening bestaat.

Rechtspraak bij dit artikel