Het college stelt voor 1 mei van het lopende kalenderjaar de richtlijnen op voor het volgende begrotingsjaar.
Het college biedt uiterlijk in mei van het lopende kalenderjaar een nota aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. In deze nota worden voor zover reeds beschikbaar de bevindingen meegenomen die voortkomen uit de rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld in artikel 7 en de jaarstukken bedoeld in artikel 8.
De raad stelt deze nota uiterlijk in juni van het lopende kalenderjaar vast.
Uitvoering