In deze verordening wordt verstaan onder:
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
De IOAW/IOAZ: de IOAW alsmede de IOAZ, beiden voor zover zij op belanghebbende van toepassing zijn;
Uitkering: de uitkering op grond van de IOAW onderscheidenlijk de IOAZ;
Grondslag: de op belanghebbende van toepassing zijnde grondslag op grond van artikel 5, derde tot en met zesde lid en het negende lid, van de IOAW dan wel de op belanghebbende van toepassing zijnde grondslag op grond van artikel 5, vierde lid, van de IOAZ;
Maatregel: het verlagen van de grondslag op grond van artikel 20, tweede lid IOAW en artikel 20, eerste lid IOAZ, alsmede het blijvend of tijdelijk (gedeeltelijk) weigeren van een uitkering op grond van artikel 20, eerste lid IOAW en artikel 20, tweede lid IOAZ;
Inkomen: inkomen als bedoeld in artikel 8 IOAW/IOAZ;
Benadelingbedrag: bruto bedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van een inlichtingenverplichting ten onrechte is verleend als uitkering op grond van de IOAW/IOAZ;
Belanghebbende: hij die recht heeft op een uitkering op grond van de IOAW, alsmede hij die recht heeft op een uitkering op grond van de IOAZ;
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland;
traject: een re-integratietraject als bedoeld in artikel 1, lid 2, sub g van de re-integratieverordening Wet werk en bijstand.