Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Citeertitel, inwerkingtreding

Onderdeel van Regeling subsidie loonkosten 60-plus

Deze regeling kan worden aangehaald als “Regeling subsidie loonkosten 60-plus” en treedt op 1 januari 2013 in werking. TOELICHTING Artikel 1 Begrippen Geen opmerkingen. Artikel 2 Doelgroep In 2004 zijn de gesubsidieerde arbeidskrachten uit de toenmalige In- en Doorstroomregeling en Wet Inschakeling Werkzoekenden ingedeeld in drie categorieën, te weten vertrekker, wachter en blijver. Voor de categorie “blijver” is door de gemeenteraad besloten dat de voorziening gesubsidieerde arbeid in beginsel zal blijven bestaan. Hier is de gemeenteraad op 23 april 2012 op terug gekomen. De voorziening zal alleen blijven bestaan voor de groep blijvers die voor 1 januari 1953 is geboren. Artikel 3 Hoogte van de subsidie Op 23 april 2012 heeft de gemeenteraad besloten tot het verlagen van de subsidie aan de werkgevers voor werknemers die geboren zijn voor 1 januari 1953 tot het niveau van het wettelijke minimumloon. De werkgeverslasten worden in de berekening van het subsidiebedrag meegenomen, maar berekend aan de hand van het percentage dat de werkgever op basis van het wettelijke minimumloon gehouden is af te dragen. De werkgever kan op basis van o.a. een cao meer werkgeverslasten hebben dan hier berekend is. Deze meerkosten worden niet meegenomen in de berekening. De vergoeding is gebaseerd op wat wettelijk beschouwd als het minimum moet worden afgedragen of worden betaald. Deze berekende vergoeding betreft een vaste vergoeding per jaar. De subsidie per jaar wordt middels de volgende formule vastgesteld:(werkelijk aantal uren / 36) x (wettelijke minimumloon) x 12 (maanden) x 1,25 (werkgeverslasten o.g.v. het wettelijke minimumloon, incl. 8% vakantiegeld) Voorbeeld 2012:Een werkgever heeft een werknemer in dienst die 32 uur per week werkt. De werkgever zal dan een jaarlijkse vergoeding krijgen van (32/36) x € 1456,20 (wettelijk minimumloon 2012) x 12 x 1,25 = € 19.416,-. Artikel 4 Scholings- en begeleidingskostenDe werkgever, zijnde subsidieontvanger, kan aanvullend op het in artikel 3 genoemde bedrag een aanvullende vergoeding aanvragen voor de noodzakelijke scholing en begeleiding van de werknemer. Deze scholing en begeleiding zal noodzakelijk zijn om de werknemer te laten blijven functioneren op de huidige werkplek. Het is niet vereist dat deze scholing en begeleiding zal leiden tot regulier werk.Artikel 5 Aanvraag Geen opmerkingen. Artikel 6 Verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht om tijdig (zonder nodeloos tijdverloop) bij de gemeente te melden dat het aannemelijk is dat de werkgever niet volgens de aan de beschikking verbonden verplichtingen zal kunnen voldoen. In dat geval kan de subsidie lager of op nihil worden vastgesteld of zullen nadere afspraken moeten worden gemaakt over het aanpassen van de verplichtingen. Bij het niet voldoen aan de meldingsplicht kan, indien dat achteraf mocht blijken, met toepassing van artikel 4:49 Awb alsnog de subsidievaststelling worden ingetrokken, omdat de ontvanger wist of behoorde te weten dat de vaststelling onjuist was. Terugvordering van de subsidie, inclusief wettelijke rente van het gehele subsidiebedrag, kan in zo’n geval proportioneel worden geacht, omdat de ontvanger misbruik maakte van het gegeven vertrouwen, dat ten grondslag ligt aan deze subsidieverordening. Overigens moet “schriftelijk” hier niet al te letterlijk worden opgevat. Per e-mail kan de wijziging ook worden aangegeven. Overigens dient de melding wel te voldoen aan de voorschriften voor archivering. Niets belet de gemeente om bij twijfel direct contact op te nemen met de subsidieontvanger en om nadere stukken te vragen. Artikel 7 Bevoorschotting en betaling Geen opmerkingen. Artikel 8 Vaststelling Geen opmerkingen. Artikel 9 Einde van de subsidie In lid 1 van dit artikel worden situaties opgesomd, waarin in ieder geval de subsidie wordt beëindigd. In lid 2 van dit artikel wordt de bevoegdheid aan het college van burgemeester en wethouders gegeven om na een afweging de subsidie te beëindigen. Artikel 10 Hardheidsclausule Lid 1 geeft een hardheidsclausule bij bijzondere omstandigheden. Gedoeld wordt op werking van bepalingen in de regeling die kunnen leiden tot onbillijkheden van overwegende aard in niet precies te voorziene gevallen. Ook de hoogte van de subsidie kan worden aangepast, ingeval de werkgever niet in staat is met het vastgestelde bedrag (artikel 3 van deze regeling) de werkelijke loonkosten voor de betrokken werknemer te betalen. In dat geval kan een hoger subsidiebedrag worden verleend. In de behandeling van het voorstel tot de afbouw van de gesubsidieerde arbeid heeft de gemeenteraad expliciet aangegeven dat de verlaging van de subsidie voor de werkgevers, die deze verlaging in hun eigen bedrijfsvoering niet kunnen opvangen, niet tot ontslag van de betrokken medewerker zal mogen leiden. De betrokken werkgever, zijnde de subsidieontvanger, zal voor een succesvol beroep op deze uitzonderingsgrond een gemotiveerde verklaring moeten overleggen met een financiële verklaring. Lid 2 geeft de bevoegdheid, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, bijzondere verplichtingen aan de subsidiëring te verbinden. Het betreft in dat geval slechts doelgebonden verplichtingen die samenhangen met de aard en omvang van de subsidie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel