Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1:

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Subsidieverordening stedelijke vernieuwing 2005

In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet stedelijke vernieuwing (Stb. 2000, 504); bedrijfsruimte:de ruimte waarin een bedrijf wordt uitgeoefend; burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harlingen; combinatiepand:een pand dat bestaat uit een bedrijfs- en woongedeelte; eigenaar: degene die op het tijdstip van voltooiing van de voorzieningen eigenaar is;degene die het recht van erfpacht heeft; de houder van het recht van opstal; de houder van een appartementsrecht als bedoeld in boek 5: artikel 106 van het Burgerlijk Wetboek; de toekomstige eigenaar, erfpachthouder of houder van een recht van opstal. 6. kosten van voor de geraamde en door of namens burgemeester en wethouders zieningen:goedgekeurde bedragen van: de aanneemsom voor het verrichten van de werkzaamheden; de risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen, met inachtneming van het bepaalde in de Risicoregeling Woningbouw 1964; het architectenhonorarium, zoals bepaald in de SR88; het toezicht op de uitvoering; de leges voor de bouwvergunning; het honorarium van adviseurs op constructief, bouwfysisch of installatietechnisch gebied; de verschuldigde en niet verrekenbare omzetbelasting; het renteverlies, voor zover dit verband houdt met het treffen van de voorzieningen; administratieve kosten. 7 monumenten gemeentelijke monumenten: panden die zijn opgenomen in de monumentenlijst zoals bedoeld in de Monumentenverordening van de gemeente Harlingen; beeldbepalende panden: panden die niet als monument zijn beschermd, maar die naar het oordeel van burgemeester en wethouders een kenmerkend onderdeel vormen van een stads- of dorpsgezicht dat krachtens artikel 35 van de Monumentenwet in de gemeente is aangewezen of vanwege het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur beschermingswaardig wordt geacht. rijksmonumenten: panden die zijn opgenomen in het Monumentenregister zoals bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988, dan wel panden waaromtrent de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur ingevolge artikel 3 van deze wet het voornemen tot plaatsing op de monumentenlijst heeft kenbaar gemaakt; onderhoudsplan: een door burgemeester en wethouders goedgekeurd overzicht van onderhoudswerkzaamheden die gedurende een periode van 15 jaar nodig worden geacht, teneinde het bouwtechnisch kwaliteitsniveau dat met het treffen van de voorzieningen zal worden bereikt, te handhaven. ondernemer: een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die rechtmatig een bedrijf uitoefent. winkel- en/of een gebouw of een afzonderlijk gedeelte van een gebouw dat door bedrijfspand:haar bouwwijze bestemd is voor de uitvoering van een winkel of een bedrijf en als zodanig in gebruik is. woning:elke woonruimte die door haar bouwwijze bestemd is voor zelfstandige bewoning en als zodanig bij voortduring in gebruik is of gebruikt gaat worden. Hieronder wordt mede verstaan: een afzonderlijk gedeelte van een gebouw, welk gedeelte tot bewoning is of wordt bestemd. 1.2 Subsidiedoeleinden

Rechtspraak bij dit artikel