Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
Algemene wet: de Algemene wet op de rijksbelastingen van 2 juli 1959 (Stb.301);
Invorderingswet: de Invorderingswet 1990 (Stb.221);
Standplaats: de op en voor de duur van de markt door het bevoegd gezag aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;
Vaste standplaats: een standplaats die tot wederopzegging beschikbaar wordt gesteld;
Losse standplaats: een standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld;
Standplaatshouder: ieder aan wie is toegestaan om gedurende een markt een standplaats te bezetten;
Marktdag: de dag waarop de markt gehouden wordt waarbij de voor de markt bestemde dagen afzonderlijk beschouwd worden;
Een kwartaal: een kalenderkwartaal;
Een half jaar: een kalenderhalfjaar;
Een jaar: een kalenderjaar.
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2013