Bij besluit d.d. 28 juni 2005 is besloten de afvalverwerkingsinstallatie (AVI) aan de Brielselaan open te houden tot 2030. Voorwaarde daarvoor was onder meer dat de levering van restwarmte uit de afvalverwerking uit de AVI Brielselaan door middel van koppeling op het warmtenet zou worden verzekerd. Met het oog daarop is een aangescherpt contract gesloten tussen de NV Afvalverwerking Rotterdam en het Warmtebedrijf i.o. Hoewel het publieke belang van opwekking van warmte door verwerking van huishoudelijk afval ook reeds onderdeel vormt van tussen gemeente, AVR en Warmtebedrijf gesloten overeenkomsten en erfpachtsvoorwaarden, is het toch van belang dat dit publieke belang ook door middel van regelgeving wordt geborgd. Contracten kunnen alleen met onderlinge overeenstemming worden aangepast aan nieuwe omstandigheden.
Met regelgeving kan beter verzekerd worden dat AVR de afvalverwerkingsinstallatie aan de Brielselaan optimaal voor het opwekken van warmte inzet, dat de gegenereerde warmte aan het Warmtebedrijf ter beschikking wordt gesteld en dat al het Rotterdamse huisafval op de beoogde duurzame wijze wordt verwerkt, ook in situaties van gewijzigde omstandigheden.
PARAGRAAF 7. OVERIGE ONDERWERPEN DIE DE VERORDENING AANGAANArtikel 22. Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden Definitie autowrak
Het begrip autowrak wordt in artikel 1, onder b, Besluit beheer autowrakken (BBA) als volgt gedefinieerd: "voertuig dat een afvalstof is in de zin van artikel 1.1 lid 1 van de Wm". De Wet milieubeheer definieert het begrip afvalstof als: "alle stoffen, preparaten of andere producten …… waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen". Door deze definities wordt een autowrak altijd aangemerkt als afvalstof en valt hiermee dus onder de werking van deze bepaling. In de Nota van toelichting van het BBA wordt nader ingegaan op het begrip autowrak. "De houder van een voertuig zal zich doorgaans zich daarvan ontdoen, voornemens zijn zich daarvan te ontdoen of zich daarvan moeten ontdoen, wanneer het voertuig rijtechnisch in onvoldoende staat verkeert en het niet meer op rendabele wijze in een rijtechnisch voldoende staat is te brengen. Een motorrijtuig verkeert in een rijtechnisch onvoldoende staat wanneer het niet voldoet aan de wettelijke inrichtingseisen, genoemd in de wegenverkeerswetgeving of aan de apk-eisen of andere ernstige technische gebreken kent, bijvoorbeeld of essentiële onderdelen zijn gedemonteerd. Voor het beantwoorden van de vraag of een voertuig op rendabele wijze weer in rijtechnisch voldoende staat te brengen is, kan worden uitgegaan van de richtprijzen voor gebruikte voertuigen en van de door garages en schadeherstelbedrijven gehanteerde tarieven voor reparatiewerkzaamheden. ….. De vraag of sprake is van een autowrak zal van geval tot geval door een persoon belast met de handhaving bepaald moeten worden op grond van de wet- en regelgeving en de jurisprudentie terzake." Er is dus sprake van een autowrak indien een voertuig niet meer op economisch rendabele wijze in rijtechnisch voldoende staat is te brengen. Zich ontdoen van een autowrak door huishoudens
Dit artikel is een uitwerking van artikel 6 BBA. Hierin is de afgifte van autowrakken door huishoudens geregeld. Op grond van artikel 6 BBA moeten gemeenten in hun afvalstoffenverordening bepalen dat een autowrak, zijnde een huishoudelijk afvalstof, slechts mag worden afgegeven aan autodemontagebedrijven, garages en autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon die in een ander land dan Nederland is gevestigd (onder strikte voorwaarden). Op grond van artikel 7 BBA worden autowrakken, afkomstig van huishoudens uitdrukkelijk uitgezonderd van de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval.
PARAGRAAF 7. SLOTBEPALINGENArtikel 23. Strafbepaling Aanduiding strafbare feiten
In dit artikel worden de bepalingen opgesomd die als strafbaar feit worden aangeduid om strafrechtelijk te kunnen worden gehandhaafd. De strafbaarstelling van artikel 10.23 Wm over de gemeentelijke afvalstoffenverordening is geregeld in de Wet op de economische delicten (Wed). Aangezien niet alle bepalingen in de afvalstoffenverordening zich voor strafrechtelijke handhaving lenen, is de strafbaarstelling geclausuleerd.
Artikel 1a, aanhef, onder 3º Wed luidt: "Economische delicten zijn eveneens: overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: …. de Wet milieubeheer, 10.23 – voor zover aangeduid als strafbare feiten - en ……." In de afvalstoffenverordening moet daarom worden aangegeven welke overtredingen (lees: de overtreding van welke artikelen) een strafbaar feit opleveren. Uitsluitend indien dat het geval is, vormt de overtreding een economisch delict in de zin van artikel 1a, onder 3º Wed. In dit kader is tevens van belang dat de afvalstoffenverordening tijdig wordt aangepast aan een eventuele wijziging van hogere wetgeving. Zo werd in een uitspraak van de rechtbank Zwolle (d.d. 14 december 2004, LJN:AR7488, 07.750227-03) overwogen, dat de APV ten tijde van het bewezen verklaarde feit nog niet was aangepast aan de wijziging van de Wet milieubeheer, zodat het gedrag in strijd met de verordening niet uitdrukkelijk is aangeduid als strafbaar feit. De rechtbank bepaalde dat niet was voldaan aan het vereiste van de Wed en dat alleen sprake was van een economisch delict, indien de betreffende gedraging is aangeduid als strafbaar feit en besluit tot ontslag van alle rechtsvervolging. Als strafbaar feit aangeduide bepalingen uit de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009.
Gedragingen in strijd met de volgende artikelen van de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 kunnen worden aangeduid als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3º Wed:
Artikel 6
Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens aanwijzing
Artikel 7
Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen
Artikel 8
Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen
Artikel 9
Afzonderlijk ter inzameling aanbieden
Artikel 10
Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
Artikel 11
Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden
Artikel 13
Inzameling en ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen
Artikel 14
Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging
Artikel 15
Achterlaten van straatafval
Artikel 16
Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen
Artikel 17
Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren
Artikel 18
Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal
Artikel 19
Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden
Artikel 21
Verbod opslag van afvalstoffen
Artikel 22
Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden
Strafmaat
In de Wed is de strafmaat aangegeven van overtredingen van plaatselijke verordeningen die gebaseerd zijn op de Wet milieubeheer. In het geval van de afvalstoffenverordening hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de vierde categorie. Artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht stelt de hoogte van een boete van de vierde categorie vast op maximaal 11.250 euro. Artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht geeft de officier van justitie de mogelijkheid om met een boete strafvervolging te voorkomen. Het openbaar ministerie heeft richtlijnen opgesteld voor boetes. De boete voor het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval of voor zwerfafval is in het najaar 2008 gesteld op een standaardbedrag van 50 euro.
PARAGRAAF 6.
Artikel 20.
Duurzame verwerking huishoudelijk afval
Onderdeel van Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009