I. aan de directieleden en afdelingsmanagers mandaat te verlenen om in naam van de burgemeester of burgemeester en wethouders besluiten, zoals in ieder geval bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
a. voor te bereiden;
b. te nemen, in te trekken of te wijzigen;
c. te ondertekenen, en;
d. af te doen,
met betrekking tot bij of krachtens de wet gegeven bevoegdheden en aan de afdeling opgedragen taken zoals aangegeven in de bij dit besluit behorende mandaatlijst;