**1..** op basis van artikel 35 lid 4 Wwb wordt aan chronisch zieken en gehandicapten die als rechthebbende kunnen worden aangemerkt, of aan de rechthebbende ouder(s) van een kind met een chronische ziekte of handicap, die als rechthebbende kan worden aangemerkt, een vergoeding worden verstrekt ad € 250,- per persoon per jaar;
**2..** In het kader van deze verordening is iemand chronisch ziek of gehandicapt indien:
in het jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag, een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is ontvangen,of;
een WAO/WIA, WAZ, of WAJONG-uitkering ontvangen wordt op basis van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid, of;
een tegemoetkoming heeft ontvangen in het kader van de compensatieregeling eigen risico van de Zorgverzekeringswet dan wel in het kader van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten;
een verklaring van een behandelend arts kan worden overlegd over een chronische ziekte of handicap.
**3..** uitgezonderd zijn personen in een AWBZ instelling verblijvend tenzij zij begeleid zelfstandig wonen.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 6.
Bijstand aan chronisch zieken en gehandicapten
Onderdeel van Verordening maatschappelijke participatie