Uit de eerste zin van dit artikel blijkt dat het vaststellen van beleidsregels ten aanzien van de hoogte van de aflossing niets afdoet aan het uitgangspunt dat vorderingen in principe in een keer moeten worden voldaan.
Omdat veel van onze (ex-)klanten dit niet kunnen, zijn de beleidsregels voor aflossingshoogte opgesteld om de uitvoering eenduidig te laten zijn en op deze wijze invulling te geven aan het gelijkheidsbeginsel.
Als er meer inkomen genoten wordt dan 110% de geldende bijstandsnorm kan er ook meer worden afgelost. Dit komt tot uiting in het tweede lid. In dit lid is gesteld dat zolang het inkomen niet toeneemt tot boven de 110% van de geldende bijstandsnorm, de aflossing ongewijzigd blijft.
Als de vordering in 36 maanden geheel kan worden afgelost met een lager maandelijks aflossingsbedrag dan op grond van lid 1 en 2 zou gelden, dan kan het aflossingsbedrag lager worden vastgesteld (lid 3). Dit gebeurt alleen op verzoek van de debiteur.
Als er sprake is van dwangvordering (beslag) geldt nog slechts de bescherming van de beslagvrije voet.
Paragraaf 5
Artikel 11
Aflossingshoogte vorderingen
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering 2012