Naar hoofdinhoud

Paragraaf 5

Artikel 13

Opschorting van invordering

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering 2012

Dit artikel biedt casemanagers de gelegenheid het afzien van verdere invordering van een niet verwijtbare vordering in te zetten als financiële prikkel om de klant te bewegen werk te aanvaarden. Juist omdat het aanvaarden van werk al een van de verplichtingen van de klant is, moet het gaan om een laatste duw in de rug. Dit komt tot uitdrukking in “wezenlijke bijdrage”. Om ervoor te zorgen dat de prikkel ook werkelijk tot uitstroom leidt, is de opschorting pas een feit als de uitstroom ook een feit is. Om ervoor te zorgen dat de prikkel ook werkt om klanten aan de slag te houden, eindigt de opschorting automatisch bij terugkeer in de bijstand. Blijft de klant aan het werk, dan kan de de opschorting na een jaar worden “omgezet” in kwijtschelding (zie artikel 17). De opschorting kan niet langer dan een jaar duren. Na een jaar heeft de klant zich bewezen en is – vanuit het perspectief van Sociale Zaken – de kans op terugkeer in de bijstand aanzienlijk verminderd. Om te zorgen dat het voor de klant menens is, en oneigenlijk gebruik te voorkomen kan de invordering slechts éénmaal worden opgeschort.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel