Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Voorwaarden

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag

1.. Belanghebbende(n) moet(en) voldoen aan de volgende voorwaarden om voor langdurigheidstoeslag in aanmerking te komen: de leeftijd is op de peildatum tussen de 21 tot 65 jaar; er is sprake van een laag inkomen gedurende de referteperiode; er is op de peildatum geen in aanmerking te nemen vermogen; er is geen uitzicht op inkomensverbetering; bij een gezin geldt de onder a. genoemde voorwaarde voor minstens twee gezinsleden; alle gezinsleden die tot het gezin behoren en die voldoen aan het criterium zoals bedoeld onder a., moeten bovendien voldoen aan de voorwaarde genoemd onder d.; alle gezinsleden die tot het gezin behoren, moeten voldoen aan de voorwaarden genoemd onder b. en c. 2.. Personen, die op de peildatum of in de referteperiode een uitkering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten hebben genoten, worden wel geacht uitzicht op inkomensverbetering te hebben en komen niet voor een langdurigheidstoeslag in aanmerking. 3.. In de situatie dat belanghebbende inkomsten heeft verzwegen en als gevolg hiervan is aan de belanghebbende ten onrechte een uitkering levensonderhoud verstrekt, is er sprake van de situatie dat belanghebbende in een bepaalde maand een inkomen heeft genoten boven 101% van de bijstandsnorm. Hierdoor bestaat er gedurende de referteperiode geen recht op de langdurigheidstoeslag. Hieraan verandert niets wanneer de ten onrechte verstrekte uitkering later is teruggevorderd.

Rechtspraak bij dit artikel