Indien de uitkeringsgerechtigde vrijwilligerswerk verricht, kan het college voor deze activiteiten een kostenvergoeding verstrekken tot het maximumbedrag genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel k. van de wet.
Het college stelt regels met betrekking tot de hoogte en de duur van de kostenvergoeding, alsmede de voorwaarden waaronder deze wordt uitgekeerd.