Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VI

Artikel 26

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen van de gemeente Landsmeer 2008.

1.. Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden door middel van een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbendengebracht, tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is. In datgeval deelt zij mee wanneer de termijn van uitgifte gaat verstrijken. Als derechthebbende geen verzoek indient om de termijn te verlengen maakt zij uiterlijk éénjaar voor het genoemde tijdstip per brief het voornemen tot ruiming bekend. 2.. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de begraafplaats(en). 3.. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders. 4.. De rechthebbende op een eigen graf, kan bij de beheerder een aanvraag indienen omde overblijfselen te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doenplaatsen dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven. 5.. De rechthebbende op een eigen urnengraf of urnennis kan bij de beheerder eenaanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om deas te doen verstrooien.

Rechtspraak bij dit artikel