**1..** Een verzoeker kan schriftelijk een inleidend verzoek voor het houden
van een raadgevend referendum indienen bij de voorzitter van de
raad.
**2..** Het inleidend verzoek geeft aan om welk te nemen besluit het gaat en
wordt ten minste drie werkdagen vóór de commissievergadering, waarvoor
het besluit dat onderwerp is van het inleidende verzoek is geagendeerd,
ingediend.
**3..** Het inleidend verzoek dient door ten minste 100 ondertekenaars te
worden ondersteund.
**4..** De ondertekenaars geven op lijsten aan hun:
naam;
adres;
woonplaats;
geboortedatum en ondertekenen het inleidend verzoek.
**5..** Het inleidend verzoek wordt door de voorzitter van de raad aan de in
deze verordening bepaalde vereisten getoetst en vervolgens legt de
voorzitter zijn bevindingen voor aan de raad.
**6..** Indien het inleidend verzoek voldoet aan de in deze verordening
bepaalde vereisten, besluit de raad in zijn vergadering, volgend op de
in het tweede lid bedoelde vergadering de besluitvorming over het
voorgenomen besluit met ten minste twee maanden te verdagen, zodat een
definitief verzoek tot het houden van een referendum kan worden
ingediend.
**7..** De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het inleidende
verzoek zo spoedig mogelijk openbaar op de in de gemeente gebruikelijke
wijze.