Ongeacht de wijze van vervoer wordt een vergoeding verstrekt conform
de fiscale
regelgeving.
Indien de medewerker met het openbaar vervoer reist en de kosten van
het vervoerhoger zijn dan de vergoeding zoals aangegeven in het
vorige lid, dan vindt vergoeding plaats op basis van de werkelijke
kosten van het tram, bus- en/of treinabonnement. Voor deze
vergoeding dient de medewerker de bewijzen in te leveren bij de
werkgever.
Vergoeding wordt alleen verstrekt op reisdagen.
De medewerker die deelneemt aan de regeling “Fietsenplan 2011” kan
geen aanspraak maken op een vergoeding als bedoeld in artikel 1,
tweede lid, onder a van deze regeling, gedurende de termijn zoals
bedoeld in artikel 2, derde lid van de regeling Fietsenplan
2011. Indien de medewerker na
het verstrijken van deze termijn gebruik wenst te maken van de
reiskostenregeling, dan dient hij dit schriftelijk kenbaar te
maken.
De betaling van de reiskostenvergoeding geschiedt maandelijks
achteraf op basis
van declaratie.