Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Subsidieregeling Sportvoorzieningen 2010

In deze regeling wordt verstaan onder: Investeringskosten: de kosten van aanleg, nieuwbouw, verbouwing, uitbreiding, ‘upgrading’ en aankoop van sportaccommodaties, inclusief gebouwen of lokaliteiten die worden gebruikt als bestuurs- en vergaderruimte, kantine, tribune, als kleed- wasaccommodatie en de kosten van aankoop, aanleg, ‘upgrading’ en uitbreiding van veldverlichtingsinstallaties en dug-outs; de kosten van (aanpassing van) voorzieningen die gericht zijn op het (mede) geschikt maken voor de gehandicaptensport van sportaccommodaties; de kosten van aan te schaffen duurzaam sportinventaris; Organisatie: een volledige rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie, zijnde een vereniging dan wel een stichting, die is aangesloten bij een door de NOC*NSF erkende sportbond, die als statutaire doelstelling heeft het zonder winstoogmerk organiseren, initiëren en/of stimuleren van activiteiten op het terrein van sportbeoefening en haar activiteiten daadwerkelijk binnen de gemeente Amersfoort en ten behoeve van de inwoners van Amersfoort verricht; Brede sportvereniging: een, zoals onder b. genoemde organisatie, die niet alleen de eigen leden bedient, maar zich met haar activiteiten ook richt op het onderwijs en/ of groepen uit de wijk, die zich normaliter niet aanmelden bij een sportvereniging. Op de accommodaties van deze organisatie vinden minimaal twee van onderstaande activiteiten plaats: structureel naschools sportaanbod in samenwerking met een school of andere organisatie; structurele samenwerking met scholen voor sportaanbod gedurende schooltijd (of voorschools/ tussenschools aanbod); stageplekken voor leerlingen uit het voortgezet onderwijs; structureel (dag-)arrangement, met sportactiviteitenaanbod overdag en in de avond voor verschillende doelgroepen; Alleen sportgerelateerde investeringen van brede sportverenigingen, zonder commercieel oogmerk, komen voor subsidie in aanmerking. Duurzaam sportinventaris: duurzame goederen, noodzakelijk voor een verantwoorde en volwaardige sportbeoefening, met een technische afschrijvingstermijn van tenminste 10 jaar; Upgrading: indien de investering leidt tot een kwalitatieve verbetering van de accommodatie. Ten opzichte van de ‘oude’ situatie wordt op de sportaccommodatie een meerwaarde gecreëerd die leidt tot een vergroting van de sportmogelijkheden, bijvoorbeeld een intensievere bespeling. Van ‘upgrading’ is daarom sprake bij vervanging van bijvoorbeeld natuurgras door kunstgras of bij de vervanging van gravel door kunststof. Het stukje meer boven de normale vervanging (het surplusdeel) is in dit geval subsidiabel. Ook een verbouwing kan leiden tot een ‘upgrading’ van de accommodatie: voorbeelden daarvan zijn het plaatsen van lichtmasten en het toevoegen van een jeugdhonk. Adviescommissie sportvoorzieningen: een door burgemeester en wethouders ingestelde adviescommissie bestaande uit een onafhankelijke voorzitter, twee door de ASF voorgedragen leden en een onafhankelijk lid die affiniteit heeft met de Amersfoortse sport, zonder bestuurlijke functie bij een, onder b. genoemde , organisatie of daaraan gelijk te stellen instelling. De beheerder, SRO Amersfoort B.V. is beschikbaar voor advies ten behoeve van de adviescommissie. De adviescommissie wordt ambtelijk ondersteund door een medewerker van de gemeente (sector WSO); Sportaccommodatie: een voorziening die hoofdzakelijk een sportfunctie heeft en de sportbeoefening ten goede komt; Niet subsidiabele kosten. Kosten voor groot onderhoud (onderhoud dat gemiddeld tussen de 10 en 20 jaar moet plaatsvinden) komen niet voor subsidie in aanmerking. Kenmerk van kosten voor groot onderhoud is dat het gaat om kosten die ongelijkmatig verdeeld in de tijd worden uitgegeven. M.a.w. er is een duidelijk onderscheid met regulier onderhoud. Voorbeelden van groot onderhoud zijn: buitenschilderwerk, vervanging dak, vervanging kozijnen, maar ook de vervanging van oude door nieuwe gravelbanen. In feite gaat het om onderdelen die dan aan het einde van de levensduur zijn. Kosten voor vervanging en renovatie worden tevens beschouwd als groot onderhoud en zijn daarmee ook niet subsidiabel, tenzij bij deze kosten sprake is van ‘upgrading’.

Rechtspraak bij dit artikel