Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2

Regels rond verstrekking en verantwoording

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning 2011

1.. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. 2.. Verstrekking als persoonsgebonden budget kan worden geweigerd indien: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager niet in staat is tot een verantwoorde besteding van het persoonsgebonden budget; de beperking of de levensfase van een persoon een persoonsgebonden budget niet toestaat. 3.. Woonvoorzieningen die uitsluitend in natura kunnen worden verstrekt zijn: a. trapliften; (mobiele) tilliften; (specifieke) douche- en toiletvoorzieningen; 4.. Een sportrolstoel wordt uitsluitend verstrekt als persoonsgebonden budget. Het bedrag van dit persoonsgebonden budget bedraagt € 2.570,00, welk bedrag bedoeld is als tegemoetkoming in aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel voor een periode van drie jaar. 5.. a. De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt in alle gevallen plaats na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van elk kalenderjaar. De ontvanger van het persoonsgebonden budget zal van 95% van het verstrekte budget moeten aantonen dat dit is besteed aan de voorziening waarvoor het budget is verstrekt. De budgethouder is op verzoek van het college verplicht de bescheiden te overleggen welke zijn opgenomen in de beschikking waarin het persoonsgebonden budget is toegekend.

Rechtspraak bij dit artikel