Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 7

Financiële tegemoetkoming / persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning 2011

De financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. Het in artikel 21 van de van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning genoemde afschrijvingsschema bedraagt 10 jaar. Bij verkoop dient de meerwaarde, die het gevolg is van de aanpassing, aan het college te worden terugbetaald: voor het eerste jaar: 100% van de meerwaarde, voor het tweede jaar: 80% van de meerwaarde, voor het derde jaar: 60% van de meerwaarde, voor het vierde jaar: 40% van de meerwaarde en voor het vijfde tot en met het tiende jaar 20% van de meerwaarde In alle gevallen minus het percentage dat voor rekening van de eigenaar van de woonruimte is gekomen. Het bedrag voor de verhuis- en herinrichtingskostenvergoeding als genoemd in artikel 15 onder a van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning bedraagt bij verhuizing naar een 2-kamerwoning ten hoogste €.  1.454,00; een 3-kamerwoning ten hoogste € 1.851,00; vanaf meer dan een 3-kamerwoning ten hoogste € 2.247,00 en kan, indien sprake is van bijzondere omstandigheden, door burgemeester en wethouders op een hoger bedrag worden gesteld. Voor de situatie dat men afziet van verhuizing naar een andere meer geschikte woning en zelf in de kosten wil voorzien wordt een vergoeding toegekend van maximaal € 1.653,00. 5.Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken als genoemd in artikel 19 lid 2 tot en met 5 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning bedraagt € 7.418,00.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel