**1..** De ontwerp-raadsagenda bevat, voor zover dit reglement of het
presidium niet anders bepalen, de volgende onderdelen:
**-.** algemeen (opening, vaststellen agenda, vaststellen van de notulen,
ingekomen stukken, vragenuurtje en spreekrecht voor burgers);
**-.** agendapunten zonder discussie (A-stukken);
**-.** agendapunten met moties en amendementen (B-stukken);
**-.** agendapunten met discussie (C-stukken);
**-.** sluiting.
**2..** Voorstellen aan de raad kunnen worden gedaan door:
**-.** het college;
**-.** de burgemeester;
**-.** het presidium;
**-.** een raadscommissie;
**-.** de Rekenkamer;
**-.** een of meer leden van de raad, middels een initiatiefvoorstel.
**3..** Het presidium draagt er zorg voor dat de in lid 2 bedoelde
voorstellen worden opgenomen op de ontwerp-raadsagenda.
**4..** Voorstellen van het college en van de burgemeester worden pas aan de
raad voorgelegd, nadat een raadscommissie in de gelegenheid is
gesteld daarover een advies aan de raad uit te brengen. De raad kan
besluiten om hiervan af te wijken.
**5..** De raad kan besluiten om in de overige gevallen advies van een
raadscommissie in te winnen, alvorens het voorstel inhoudelijk aan
de orde te stellen.
Artikel 13. Uitnodiging en agenda
De voorzitter zendt – spoedeisende gevallen uitgezonderd –
ten minste tien dagen vóór een vergadering van de raad de
leden van de raad een schriftelijke uitnodiging onder
vermelding van de dag, tijdstip en plaats van de
vergadering.
De uitnodiging bevat de door het presidium vastgestelde
ontwerp-raadsagenda.
De voorzitter draagt er zorg voor dat - spoedeisende
gevallen uitgezonderd - de te behandelen voorstellen
gelijktijdig met de uitnodiging en de agenda aan de leden
van de raad worden toegezonden.
De voorzitter kan in spoedeisende gevallen na het verzenden
van de uitnodiging zo nodig een aanvullende agenda doen
uitgaan. Hij stelt het presidium hiervan eerst in kennis.
Wanneer een vergadering wordt uitgeschreven op verzoek van
raadsleden, met toepassing van artikel 17 van de
Gemeentewet, omvat het verzoek een duidelijke omschrijving
van het onderwerp en hetgeen de verzoekers aan de orde
willen stellen.
Bij de aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda
vast. Bij deze vaststelling kan de raad, op voorstel van een
lid of de voorzitter, besluiten om spoedeisende voorstellen
alsnog aan de raadsagenda toe te voegen dan wel om
voorstellen van de agenda af te voeren.
Behandeling van agendapunten vindt plaats in de volgorde
zoals deze op de agenda zijn geplaatst. Op verzoek van een
lid of op voorstel van de voorzitter kan de raad de volgorde
van behandeling van de agendapunten wijzigen.
Artikel 14. Openbare kennisgeving
De vergadering van de raad wordt door de voorzitter op de
voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze ter
openbare kennis gebracht.
De openbare kennisgeving vermeldt:
de datum, de aanvangstijd en plaats van de vergadering;
de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de
daarbij behorende stukken kan inzien.
De voorzitter draagt er zorg voor dat de ontwerp-raadsagenda
met de daarbij behorende stukken ook digitaal bekend worden
gemaakt op de internetsite van de gemeente.
Indien omtrent stukken, op grond van artikel 25, eerste of
tweede lid van de Gemeentewet, geheimhouding is opgelegd,
blijven deze stukken, in afwijking van het eerste lid, onder
berusting van de griffier en verleent de griffier of een
door hem aan te wijzen functionaris van de griffie, de leden
van de raad inzage.
Artikel 15. Eindvoorstel
Het eindvoorstel wordt uiterlijk drie dagen voorafgaand aan
de raadsvergadering aan de raadsleden toegezonden.
In het eindvoorstel verwoordt het college, respectievelijk
het orgaan dat het raadsvoorstel indient, het standpunt naar
aanleiding van de behandeling van de raadsvoorstellen in de
raadscommissies.
Het college, respectievelijk het orgaan dat het
raadsvoorstel indient, kan in het eindvoorstel tevens
gecorrigeerde gegevens over raadsvoorstellen aan de raad
doen toekomen.
Artikel 16. Ter inzage leggen van stukken
Ingekomen stukken en stukken, die dienen ter toelichting op
de raadsvoorstellen, worden gelijktijdig met het verzenden
van de agenda en de raadsvoorstellen door het college in de
leeskamer van de raad ter inzage gelegd.
In het raadsvoorstel wordt vermeld welke stukken ter inzage
zijn gelegd.
Een lid van de raad mag een origineel van een ter inzage
gelegd stuk niet buiten de leeskamer van de raad
brengen.
De voorzitter kan, in overleg met het presidium, toestaan
dat anderen dan de leden de ter inzage gelegde stukken
inzien.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid blijven
stukken, waarvan de inhoud ingevolge artikel 25, eerste dan
wel tweede lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd,
onder berusting van de griffier of een door hem aan te
wijzen functionaris van de griffie, die de leden van de raad
desgevraagd de inzage verleent.
Artikel 17. Ingekomen stukken
De aan de raad gerichte brieven worden door de griffier op
de lijst van ingekomen stukken geplaatst.
De lijst van ingekomen stukken wordt onderscheiden in de
volgende rubrieken:
rubriek A : Voor kennisgeving aannemen, met de subrubrieken:
A-I : Algemeen;
A-II : Besluiten van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;
A-III : Aan de raad gezonden afschriften van aan het college
gerichte brieven;
rubriek B : In handen stellen van het college voor het uitbrengen
van een raadsvoorstel/advies;
rubriek C : Behandelen bij het desbetreffende punt van de
agenda;
rubriek D-I : In handen van de griffier stellen om de stukken,
overeenkomstig het advies, te beantwoorden;
rubriek D-II : In handen stellen van het college om de stukken,
overeenkomstig het advies, te beantwoorden;
rubriek E : Bezwaarschriften;
3.De lijst van ingekomen stukken wordt tegelijk met de agenda aan de
leden van de raad toegezonden.
Artikel 18. Aankondigen moties en amendementen
Alle fracties geven, onverminderd het bepaalde in de
artikelen 44 en 45, op de dag van de raadsvergadering zo
mogelijk vóór 10.00 uur aan de voorzitter door welke moties
en amendementen zij willen indienen.
De voorzitter draagt er zorg voor dat de aangekondigde
moties en amendementen zo spoedig mogelijk ter kennis worden
gebracht van alle raads- en collegeleden, zodat deze
betrokken kunnen worden bij de voorbereiding van de
raadsvergadering.