Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 38

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad van Haarlem

1.. Ieder lid kan schriftelijke vragen stellen aan het college. 2.. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. 3.. De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht. 4.. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 5.. De antwoorden worden door het college aan de leden van de raad medegedeeld. 6.. De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 18 aan de leden van de raad toegezonden. 7.. De vragensteller kan in de eerstvolgende raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. 8.. De raad kan besluiten dat het antwoord van het college geagendeerd wordt voor de eerstvolgende vergadering van de betrokken raadscommissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel