In deze afdeling wordt verstaan onder:
boom: een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met
een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 30 centimeter
(omtrek 95 cm) op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval
van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.
In afwijking van deze minimale dwarsdoorsnede van 30 centimeter
geldt geen minimale dwarsdoorsnede bij toepasbaarheid van
artikelen 10, 12, 13 en 14 van deze verordening.
houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere
houtachtige gewassen.
Groene Kaart: topografische kaart met daarop aangegeven
monumentale en waardevolle groenelementen, met bijbehorend
register.
monumentaalgroenelement: houtopstand die landelijk bij de
Bomenstichting geregistreerd staat als monumentale boom.
waardevol groenelement: houtopstand die door de gemeente is
aangewezen als waardevol.
vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20
procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van
kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als
ondergronds, die de dood, de ernstige beschadiging of ernstige
ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
dunning: een velling uitsluitend bedoeld als
verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van overblijvende
houtopstand.
boomwaarde: de monetaire waarde van een houtopstand zoals
getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse
Vereniging van Taxateurs van Bomen.
Bomen Effect Analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen
van voorgenomen bouw of aanleg voor een houtopstand, op basis
van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1, eerste
lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.