**1..** Een individuele voorziening wordt pas toegekend als blijkt dat een niet-individuele voorziening niet of niet voldoende de ondervonden beperkingen compenseert en/of een niet-individuele voorziening niet in alle redelijkheid toegankelijk of bruikbaar is voor de belanghebbende.
**2..** Een individuele voorziening wordt pas toegekend in individuele vorm als blijkt dat een aanwezige individuele voorziening in collectieve vorm niet of niet voldoende de ondervonden beperkingen compenseert en/of een individuele voorziening in collectieve vorm niet in alle redelijkheid toegankelijk of bruikbaar is voor de belanghebbende.
**3..** Het recht op een individuele voorziening geldt alleen als:
deze langdurig noodzakelijk is om het resultaat te bereiken, tenzij kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te bereiken resultaat.;
de te verstrekken individuele voorziening, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst compenserende voorziening aan te merken is;
deze in overwegende mate op het individu is gericht.
**4..** De belanghebbende heeft geen recht op een individuele voorziening als:
de voorziening voor een persoon als de belanghebbende algemeen gebruikelijk is;
de belanghebbende zijn woonplaats niet heeft in de gemeente Beuningen;
er aan de kant van de belanghebbende geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperking(en) waarvoor de individuele voorziening wordt aangevraagd;
de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt, tenzij het college uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor het maken van deze kosten;
een individuele voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel een aan deze Verordening voorafgaande Verordening maatschappelijke ondersteuning of de Verordening voorzieningen gehandicapten is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de individuele voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of verstrekte individuele voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de belanghebbende zijn toe te rekenen;
indien belanghebbende onvoldoende medewerking heeft verleend om de noodzaak van een individuele voorziening te kunnen vaststellen.
Als belanghebbende niet in staat is om veilig deel te nemen aan het verkeer en een training onvoldoende bijdraagt aan het alsnog veilig deelnemen aan het verkeer.
Hoofdstuk 2:
Artikel 2.3
Voorwaarden en weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening Wmo 2013 gemeente Beuningen