Nadat de overeenstemming als bedoeld in artikel 15, derde
lid, is bereikt en voorafgaand aan het verlenen van een
bouwopdracht, dient de aanvrager met inachtneming van de
hierover gemaakte afspraken, de bouwplannen, de
desbetreffende begroting en een aanduiding van het tijdstip
waarop de bekostiging een aanvang dient te nemen, ter
instemming in bij het college.
Binnen zes weken na ontvangst van de stukken beslist het
college over de instemming met de bouwplannen, de
desbetreffende begroting en het tijdstip waarop de
bekostiging een aanvang neemt. Het college kan, onder
mededeling daarvan aan de aanvrager, deze termijn verlengen
met drie weken. Indien niet binnen deze termijn is besloten,
wordt geacht instemming te zijn verleend met de bouwplannen
en de begroting en vangt de bekostiging aan op het door de
aanvrager aangegeven tijdstip. Het college deelt de
beslissing over het bouwplan, de desbetreffende begroting en
het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang neemt, binnen
twee weken na de datum van de beslissing schriftelijk mee
aan de aanvrager.
Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stelt het
college eveneens vast of de feiten en omstandigheden waarin
de school verkeert ten opzichte van de feiten en
omstandigheden ten tijde van de vaststelling van het
programma, al dan niet ingrijpend zijn gewijzigd. Bij een
naar het oordeel van het college ingrijpende wijziging van
de feiten en omstandigheden komt de voorziening alsnog niet
voor bekostiging in aanmerking.
De instemming met de bouwplannen, de instemming met de
begroting, de toetsing of voldaan wordt aan de bij of
krachtens de wet gestelde voorschriften, en de toetsing of
er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden kunnen
achterwege blijven als dat naar het oordeel van het college
niet noodzakelijk is gezien de inhoud van de in het
programma opgenomen voorziening. Het college doet hiervan
mededeling aan de aanvrager in het overleg als bedoeld in
artikel 15.
De indiening van de in het eerste en het tweede lid bedoelde
begroting blijft achterwege indien het de uitvoering betreft
van een voorziening die overeenkomstig bijlage IV, deel B,
wordt bekostigd op basis van feitelijk te maken kosten. De
beslissing van het college als bedoeld in het tweede lid
betreft dan uitsluitend de beoordeling van het bouwplan.
Daarbij zijn de genoemde termijnen in het tweede lid van
overeenkomstige toepassing.
Nadat het college met het bouwplan van een voorziening die
overeenkomstig bijlage IV, deel B, wordt bekostigd op basis
van feitelijk te maken kosten, heeft goedgekeurd, overlegt
de aanvrager met inachtneming van de hierover gemaakte
afspraken als bedoeld in artikel 15, tweede lid, aan het
college de aan de aanvrager uitgebrachte offertes voor de
uitvoering van de voorziening. Het college beslist binnen
vier weken na ontvangst van de offertes over het bedrag dat
definitief beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van
de voorziening en over het tijdstip waarop de bekostiging
een aanvang kan nemen. De aanvrager wordt binnen twee weken
na de datum van deze beslissing hiervan schriftelijk in
kennis gesteld. Voor de vaststelling van het definitieve
bedrag is de offerte met de laagste prijsstelling
bepalend.
De indiening van de in het zesde lid bedoelde offertes kan
achterwege blijven, zulks naar het oordeel van het college,
indien tijdens het overleg als bedoeld in artikel 15 is
overeengekomen dat het voor de uitvoering van de op het
programma geplaatste voorziening beschikbaar gestelde bedrag
tevens het maximumbedrag is.
HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 2
Artikel 16
Instemming bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang bekostiging; toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden; overlegging offertes
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2012