De aangevraagde voorziening wordt toegewezen, indien het
college heeft vastgesteld dat het treffen van de
voorziening, gelet op de voortgang van het onderwijs, geen
uitstel kan leiden en geen van de in de Wet op het primair
onderwijs, Wet op de expertisecentra en Wet op het
voortgezet onderwijs opgenomen weigeringsgronden van
toepassing is. Bij deze vaststelling past het college de
regels toe met betrekking tot:
de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I;
de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II;
de oppervlakte en indeling van gebouwen als bedoeld in
bijlage III.
De beslissing van het college kan een gedeelte van de
gewenste voorziening dan wel een andere dan de gevraagde
voorziening omvatten.
Indien de aanvraag wordt toegewezen, vermeldt het college
welk genormeerd bedrag ingevolge het bepaalde in bijlage IV,
deel A, voor de toegewezen voorziening beschikbaar wordt
gesteld, dan wel wat het geraamde bedrag is indien het een
toegewezen voorziening betreft die overeenkomstig bijlage
IV, deel B, bekostigd wordt op basis van feitelijk te maken
kosten.
Bij de beschikking stelt het college vast voor welke datum
een bouwopdracht moet zijn verleend, dan wel een koop-,
huur- of pachtovereenkomst moet zijn gesloten, alsmede voor
welke datum een afschrift daarvan aan het college moet zijn
gezonden.
Binnen zes maanden na de datum van de beschikking door het
college moet een bouwopdracht zijn verleend, dan wel een
koop-, huur-, of erfpachtovereenkomst zijn gesloten.
HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 3
Artikel 22
Inhoud beslissing
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2012